Jeugd
Hoewel er thuis bescheiden (ukelele) gespeeld
wordt en
oom George du Bree operettezanger is, blijkt Tobias Lacunes met zijn
muzikale
ambities in de familie toch een buitenbeentje.Als 14- jarige moet hij
aan
het werk als slagersjongen, maar het bloed kruipt waar het niet gaan
kan
en het lukt hem naast zijn baan met lessen en door in bandjes te spelen
zijn muzikale talenten te ontplooien.
Debuut
In 1938/1939 speelt hij banjo en zingt hij met de
amateurband
De Gangmakers en met de semi-professionele Hawaiian Serenaders o.l.v.
Tinus
Hetteling. Toby blijkt steeds de showman in de band. In dezelfde
tijd vormt hij met Bob Geskes - en guitaar- het duo Sneezy en Snoozy,
spoedig
aangevuld door Marietje Jansen - de latere Maria Zamora. Ze noemen zich
nu de Young Rambling Cowboys en zingen Amerikaans repertoire. Het trio
treedt ook op voor de radio, zoals in de Bonte Dinsdagavondtrein, wat
in
die tijd heel veel betekent. Ook als solist zingt Toby cowboysongs. Er
komen steeds meer optredens en Het duurt niet lang of hij kan zich
full-time
artiest noemen.
Oorlogsjaren
In 1941 gaat het trio onder druk van de
bezetter
over op Spaans repertoire als Los Magela’s, MArietje GEskus
LAcunes.
Als de groep in 1943 uit elkaar valt, ontwikkelt Toby zich als musical
comedian Pedro Lacuna met mondorgel, klarinet, banjo, tapdans en
cascadewerk.
Zijn grote voorbeelden zijn Spike Jones, George Formby, Danny Kay en de
Nederlandse komiek Guus Brox. Tijdens een voorstelling in het land met
collega’s wordt door loting een nieuwe naam voor hem bedacht: Toby Rix.
In het laatste oorlogsjaar is optreden niet meer
mogelijk
en moet hij onderduiken.
De toeteriks
In 1946 tijdens een KRO-tournee met het Orkest
Zonder
Naam begint Toby met het vergaren van de onderdelen waarmee hij
zijn
toeteriks op zal opbouwen. Van Spike Jones en zijn orkest had hij het
geluid
gehoord dat hij ook wilde maken, maar dan in zijn eentje. Een
instrument
ontstaat in de vorm van een xylofoon waarvan de fake-voorkant loslaat
waardoor
de puinhoop van toeters, bellen, bekkens en sirenes tevoorschijn komt.
Maar de klanken vormen allesbehalve een puinhoop. Eigenaardig en
clownesk
zeker, maar de toeteriks wordt een volwaardig instrument waarop alles
mogelijk
is. Uiteindelijk zal Toby er klassieke stukken op spelen, de kroon op
zijn
instrument. Echt volgens partituur, geen trucs. Als hij Spike Jones een
keer kan zien optreden, weet hij dat hij zijn eigen instrument heeft
gemaakt,
dat intussen met Spike Jones niets meer te maken heeft.
De jaren na de oorlog gaat het goed met het
vak en met
Toby. Naast zijn solowerk als muzikale clown met de vele instrumenten
(banjo,
guitaar, mondorgel, klarinet, saxofoon, trompet, concertina groot en
klein,
ukelele), de toeteriks en een reeks van eigengemaakte instrumenten,
begint
hij een vocal-group: Het Rainbow Trio. Samen met zijn vrouw Sid
Groenhuijzen,
haar broer John Groenhuijzen en Joop de Knecht. Er worden platen
gemaakt
en er zijn veel optredens in het land en voor radio en televisie. Het
variétetheater
bloeit tot ver in de jaren zeventig, Rix komt aan de top.
De platen
Jaren vijftig. Met zijn Heer in’t Verkeer (tekst
van
Jaap Valkhoff en Hans Ruff naar No Parking Here) op de plaat,
begeleid
door toeteriks, leert iedereen in Nederland hem kennen. Daarna komt hij
met de klapper Malle Vent Ja, parodie op Los Paraquayos’ hit
Malagueña
(bewerking van André Meurs). Hij begeleidt zich hier o.a. met
een
zelfgemaakte harp. Een reeks parodieën volgt, zoals Mijn Vader is
een mooie (My Old Man ‘s A Dustman), Het Stille Stadje (Uskadara), De
Drie
Bellen (Les Trois Cloches) met een instrument van wekkers.
Toeters in de brand
1964. Met zijn zoon Jerry Rix, die juist als
15-jarige
een hit maakte met zijn singletje Ebtide, staat hij een seizoen in de
Snip
en Snap revue. Daarna werken zij samen een paar maanden in Kopenhagen.
Tijdens de Snip en Snaprevue gaat de toeterix
verloren
in een brand. De autotoeters en claxons, ook in die tijd al nergens
meer
te koop, worden uit alle uithoeken van het land opgestuurd door mensen
die nog wat hebben liggen. Een nog mooiere toeterix herrijst uit de
as.
Onderscheiding
In de jaren zeventig raakt het
variététheater
uit de mode. Hoewel er voor Toby altijd werk is, wordt het toch een
moeilijker
tijd. In 1976 komt er een singletje uit dat hij maakt met zijn dochter
Maroesja Lacunes (zij speelde Tika in Ti-ta-tovenaar).
In 1977 wordt hij onderscheiden door de
Nederlandse Toonkunstenaarsbond
met de Gouden Notenkraker.
De wereld
Midden jaren 80 beginnen voor Toby de vele
buitenlandse
optredens. Eerst in Duitsland: Berlijn (Wintergarten), Düsseldorf
en Frankfurt. Daarna, meestal voor televisie maar ook in theaters, tot
en met de dag van vandaag in : Argentinië, Portugal,
Zwitserland,
Noorwegen, Denemarken, China, Japan, Engeland, Spanje, Chili, Frankrijk
(onlang op TV5), maar ook in Nederland (Laat de Leeuw)
Vanaf 1987 ontstaat het contact met Willem
Breuker en
zijn Kollektief, met wie Toby tot en met vandaag regelmatig samenwerkt
in voorstellingen voor vowassenen en voor kinderen
(Prinsengrachtconcert).
NAAR BOVEN